DE
GESCHIEDENIS VAN HARLINGEN
DE
18e en 19e EEUW
Harlingen,
dat nu ook in het bezit is van Almenum (gekocht van Philips II),
heeft geen geld om de havens te onderhouden. Na lang aandringen en
middels een renteloos voorschot wordt de Zuiderhaven uitgebaggerd in
1782. Ook worden de sluizen vernieuwd. De arbeiders, vaak van buiten
Harlingen, hebben lange en zware werkdagen en verdienen 1 gulden per
dag. Het is dan ook niet vreemd, dat ze twee maal in staking gaan.
Het resultaat is een verhoging van het dagloon met twee stuivers per
dag. Voor handel en nijverheid braken er in de 19e eeuw slappe tijden
aan. De buitenlandse handel vanuit Harlingen verminderde, wat bleef
was de handel op Holland (Amsterdam) en de eilanden. Nijverheid zoals
weverijen en papiermakerijen moesten sluiten. Het aantal inwoners
daalde gestaag. Voor de 17e eeuw worden getallen als 18.000 genoemd;
dit aantal daalde gestaag naar 7000.
De
belastingen worden echter niet aangepast en in 1748 breekt er in
Harlingen een oproer uit.
Itsma,
burgemeester en van Issinga, gemeentesecretaris, worden gedwongen
naar Leeuwarden af te reizen om bij het Provinciaal Bestuur,
afschaffing van bepaalde belastingen te bepleiten.
Dit
lukte en opgetogen reisde de Harlinger delegatie naar huis. In
Franeker werden ze opgewacht en naar de “Bogt van Guine”, het
oude Sjaardemahuis. Waar eens Hendrik van Saksen woonde en in latere
jaren ook de Franse filosoof Rene Descartes. Hij was Frankrijk
ontvlucht en zocht rust en veiligheid in de Nederlanden.
Franeker
was hem wat te rustig en hij vertrok na een aantal maanden naar
Holland.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten