.
vrijdag 4 augustus 2017
Harlinger
stadsverhalen
ALLEEN
Hij
sjokte al jaren door de stad. Zijn pensioen had hem bevrijd van zijn
beklemmende werkzaamheden, maar ook van zijn vrouw, zijn kinderen en
zijn buren.
Hij
miste de oude buurt, waar je ieder geval nog gegroet werd, maar dat
nu een “terra non grata” was geworden, nu zijn ex een nieuwe
vriend had gevonden.
Zijn
nieuwe behuizing had zijn eenzaamheid slechts vergroot. Hij zag bijna
nooit een medebewoner van het splinternieuwe appartementencomplex.
Met uitzicht op zee. Soms had hij het idee er alleen te wonen.
Slechts af en toe hoorde hij muziek of het geluid van stemmen.
De
normale “opvangplekken” voor gepensioneerden en oudere werklozen,
stonden hem tegen. De discussies en gesprekken op de hangplekken voor
ouderen waren te luidkeels en te oppervlakkig. De enige plek waar hij
regelmatig kwam, was de bibliotheek. Tenminste tot voor kort.
Hij
voelde zijn isolement toenemen. Onmachtig om nieuwe contacten te
maken en activiteiten te ondernemen.
Als
de muren van zijn woonkamer, waar hij meestal onmachtig op de bank
lag, op hem afkwamen, daalde hij de betonnen trappen af en begon te
lopen.
Sinds
een paar weken droeg hij een plastic tas met zich mee, met daarin een
fles zoete Spaanse wijn. De wijn maakte hem nieuwsgieriger naar zijn
omgeving, maar de mensen negeerden hem. Daarom richtte hij zich maar
op gebouwen, de schepen in de haven en de sluizen.
Op
de sas is hij toen uitgegleden. Spartelend probeerde hij de fles
boven water te houden. Dit werd door omstanders geïnterpreteerd als
doodsnood en een tweetal sprong zonder dralen in het water.
Achteraf
stelde hij vast, dat zijn eenzaamheid was verdwenen. Hij werd naar de
wal gebracht, door politie-agenten uit het water getrokken.
Ziekenbroeders pakten hem warm in en reden hem naar het nabije
kaatsveld, waar een trauma-helicopter klaar stond, die hem naar het
ziekenhuis bracht. Tijdens de vlucht spraken stemmen hem bemoedigend
toe en hielden zijn hand vast. In het ziekenhuis bezocht een arts
hem, die een slaapmiddel voorschreef. 's Morgens bracht een lieve
verpleegkundige zijn ontbijt en die middag zou een gesprek volgen met
een psychiater.
Hij
fleurde helemaal op, al maakten de gesprekken met de psychiater hem
onrustig. Zij sprak steeds over zelfstandigheid en terugkeren in de
samenleving.
Die
avond kreeg hij te horen, dat hij ontslagen werd. Hij was fysiek en
geestelijk opgeknapt. Voldoende om weer naar huis te gaan en de draad
weer op te vatten. Als er problemen waren, kon hij altijd, het liefst
via de huisarts, hulp krijgen.
Die
nacht sliep hij niet. Alle kracht leek uit hem weg te vloeien en zijn
huis de terugkeer naar stof en verschimmelde historie. Pas toen de
slaapmedicatie begon te werken, sukkelde hij weg.
De
volgende ochtend nog een ontbijt, gebracht met een glimlach, een doos
met pillen en de hartelijke groeten. Geen “tot ziens” merkte hij
op.
Toen
hij de schuifdeuren passeerde, sloeg de warmte hem tegemoet en begon
hij direct te zweten. Hij viel op met zijn donkere regenjas, die een
behulpzame zorgverlener had gewassen en zelfs gestoomd.
Na
een tiental passen sloeg de twijfel toe. Zijn hand zocht onmiddellijk
naar het doosje met pillen. Inslapers waren het en dat was precies
wat hij wilde.
Hij
schrokte een handvol pillen naar binnen en ging bij de bushalte
zitten wachten, tot ze “aansloegen”.
Het
lege doosje liet hij liggen, toen hij rechts af sloeg. Op weg naar de
haven.
TELEURSTELLING
“Je
hebt je aangemeld voor de talentenjacht!” Inge was het stralende
middelpunt van een giechelende groep meiden. “Op televisie! Mogen
we mee als supporters?” “We maken een spandoek van 3 meter!”,
beloofden haar hartsvriendinnen Tien en Sjoukje. “We gaan met de
bus!” De hele groep begon te dansen en te springen.
Steeds
meer brugklassers, nu ook jongens, kwamen nieuwsgierig aangelopen.
“Busje komt zo!” juichten ze.
Inge
straalde. Ze was het middelpunt van alle aandacht. Het verhaal ging
als een lopend vuurtje over het plein. De hele school wilde wel mee
en zowaar, toen de bel ging, leek het wel alsof de meesten heel
anders naar haar keken. Vol bewondering, zo voelde dat tenminste.
Het
laatste uur kon ze alleen nog maar denken aan deze hoofdrol. Een
groep juichende supporters op de tribune, de make-up en de felle
lampen. “Er wordt van te voren geoefend.” had haar moeder gezegd
en dat stelde haar gerust. “Er zitten ook jongens bij!”, had Tien
gefluisterd en keek haar veel betekend aan. “Twitteren hoor!”
“See you on Facebook.” “Tot later.” Dat waren haar
hartsvriendinnen, die alletwee hun hand tegen het oor hielden. “Phone
me!”
De
weg naar huis was een verademing, die helaas maar kort duurde. Haar
moeder rende, helemaal hyper, op haar af. “Ze bellen zo! Ze bellen
zo.” Daarbij deed ze een vreemd dansje en trok een raar gezicht.
“Mam, doe normaal. Je maakt me zenuwachtig. “Ze bellen zo. Ze
hebben gemaild”., twitterde haar moeder verder, terwijl ze de
telefoon voor haar dochter neerlegde. “Waar is het feestje? Daar
...” De telefoon rinkelde. Inge griste het mobiel van de tafel.
“Met Inge de Jong”. Ze had een rood hoofd van de spanning. “Ja.”
stotterde ze. “Ja.”
Inge
gooide de telefoon op tafel en barstte in snikken uit. “Wat is er,
schat.” Moeder struikelde naar haar toe. “Hebben ze je
afgewezen.” Inge knikte met betraande ogen. “Ja, mijn CITO-score
was te laag.”
De
Bank
“Het
moet maar eens afgelopen zijn.”, zei Cees. “ Ik kom elke maand
geld tekort en ik wil nu 500 euro krediet, dat ik dat bedrag rood mag
staan.” “Dat gaat je dan een hoop geld kosten.”, zei ik ietwat
geschrokken.” “Weet ik.”, Cees gaapte, “ Het geeft me wel
even rust. Maar wat me bij de bank allemaal is overkomen, daar word
je ook niet vrolijk van.” “Laten we nog maar een cappuccino
scoren. Ik wil het verhaal wel horen.”, zei ik. Het was de eerste
echte terrasdag en die moest gevierd worden.
Vanaf
ons tafeltje hadden we uitzicht op het kruispunt, waarover Anton
Wachter, wat bedremmeld uitkeek en dat verder werd gedomineerd door
de bank. “Dat is 'm.” Cees wees naar het bankgebouw. “Die
oranje tijdbom.” Ik grinnikte.”, “Ja, hoe ze die afschuwelijke
gevelversiering door de Welstandscommissie hebben gekregen? Maar daar
gebeuren nog wel vreemdere dingen. De sloop van de Doopsgezinde kerk
aan de Zoutsloot en de vervangende nieuwbouw bijvoorbeeld of de
aanbouw van het Havenmantsje. Ze laten een spoor van vernietiging
toe.” “Jan, rustig even.”, Cees tikte op mijn arm, “Ik wil
even mijn verhaal over die bank daar, kwijt.” Het helverlichte
oranje aquarium leek van deze afstand leeg.
Cees
schraapte zijn keel, nam nog een slokje van de cappuccino en boog wat
samenzweerderig voorover.
“Toen
ik binnenkwam, kreeg ik bad vibes. Geen klanten en 4 personeelsleden,
die plotseling iets te doen hebben. Ik word uitgenodigd om plaats te
nemen op een oranje barkruk.” Cees nam nog een slok koffie. “Alles
is daar oranje. De kleding, de muis, de muur.” “Het is ook een
chakra-kleur. Misschien bedoelen ze iets spiritueels.”, zei ik
lachend. “Flauwekul. Ik snap niet dat zo'n bank winst maakt en
bonussen uitdeelt. Moet je horen. Het begint al met een aantal
systeemfouten, waardoor de beide heren achter de balie niets kunnen
doen. Als we eindelijk in het systeem zitten en ik achterover leun,
zegt de medewerker: “Heeft U een huur- of een koophuis.” Ik
schrik me dood en kijk hem verbaasd aan. “U weet, dat U korting
kunt krijgen op verzekeringen?” Een folder wordt me toegeschoven.
Nog steeds ben ik de enige klant, maar daar komt verandering in. Een
jongeman treedt binnen en loopt naar de tweede meneer. Het gaat om
een adreswijziging. De meneer is echter van de kassa en de tweede
klant komt achter mij staan. Opeens is er zelfs een rij!
De
gegevens zijn in de computer ingevoerd. “U wilt 2000 rood staan?”
Ik schrik me weer rot en leg uit dat ik vijfhonderd in gedachten had.
De formulieren worden uitgeprint en ik denk; klaar is Cees!” “Ja,
dat zou je wel denken. Tenslotte is alles geautomatiseerd en
ingevoerd in het systeem. Bankieren is toch hich-tech?”
Cees
schudt zijn hoofd. “De formulieren moeten nu met de hand worden
ingevuld. Dat duurt weer even, maar dan mag ik mijn handtekening
zetten. Mijn doel is bereikt. Ik heb geld te besteden. Dat dacht ik
tenminste.”
“Hoe
zo,” vraag ik verbaasd. “De meneer achter de balie vertelde me,
dat de verwerking nog tien werkdagen duurt. Dus je snapt het.”
Verbaasd
keek ik Cees aan. Die zette een zonnebril op en leunde achterover.
“Zou jij de cappuccino kunnen afrekenen?”
Harlinger
Wandelverhalen:
MIJN
STAMCAFE
Het
waren tochtige dagen in mijn stamcafé, terwijl de stuifsneeuw
langzaam naar binnenkroop om het uiteindelijk toch van de verenigde
warmte van een houtvuur en de cv te verliezen. Het werd langzamerhand
modderig op die paar vierkante meter eikenhout, die door de beheerder
steevast “de ren” werd genoemd. Hanen en hennen, het speelt zich
allemaal voor mijn neus af.” De tafeltjes waren in de
vakantieperiodes steevast bezet door reislustige en studentikoze
ouderen met lap-tops en stapels papier. En 6 krukken aan de koperen
bar. Het café “Licht in de Duisternis” was mijn stamcafé, omdat
het de enige kroeg was, die op loopafstand lag van mijn woning. Het
huis lag in een gedeelte van het oude centrum, dat om allerlei
redenen, verstoken was van menige voorziening. Geen pin-automaat,
geen brievenbus, alleen een biologische winkel, geen cafetaria of
café. Er werd ook niet gestrooid bij gladheid, waardoor allerlei
gepensioneerden (m/v) soms maanden aan huis waren gekluisterd.
“Licht
in de Duisternis” lag aan een sas, zijnde een sluis tussen zout en
zoet water en werd in het verleden bezocht door schippers, matrozen
en douaniers. De douaniers waren verdwenen en vervangen door
gepensioneerde huisartsen, machinisten en gemeente-ambtenaren. Het
rook, als de deur weer eens open vloog, naar zeewater en daar kreeg
je dorst van.
Zuid-Azië wordt in de 22ste eeuw grotendeels onleefbaar door hitte
groen
Wouter van Cleef–
De Indus-Gangesvlakte, het dichtstbevolkte deel van de aarde, zal rond 2100 onleefbaar heet zijn als de uitstoot van broeikasgassen niet wordt teruggedrongen.
De hitte en luchtvochtigheid in een gebied van Zuid-Azië dat zich uitstrekt over India, Pakistan en Bangladesh zullen in dat scenario zo ver oplopen dat het koelmechanisme van het menselijk lichaam overbelast raakt. Dat hebben wetenschappers becijferd met behulp van nieuwe klimaatsimulaties. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science Advances.
Lees verder na de advertentie
Natteboltemperatuur
De buitentemperatuur en luchtvochtigheid maken samen de zogenaamde 'natteboltemperatuur', de grootheid die de wetenschappers gebruikten bij hun analyse. Deze temperatuur geeft een vrij nauwkeurige indicatie van de gevoelstemperatuur in gebieden met hoge luchtvochtigheid.
Tekst loopt verder onder deze afbeelding
Het wordt zó heet en vochtig, dat het koelmechanisme van het menselijk lichaam overbelast raakt.
Bij een natteboltemperatuur van meer dan 35 graden komt het overleven van de mens in het gedrang, schrijven de wetenschappers op basis van eerder onderzoek. Het lichaam kan dan niet langer afkoelen middels transpiratie. Ook kan zweet dan niet langer verdampen, waardoor mensen binnen korte tijd een zonnesteek oplopen.
Volgens de nieuwe studie komt deze limiet in een groot deel van Zuid-Azië tegen het einde van deze eeuw in beeld - en wordt deze mogelijk zelfs overschreden - als de uitstoot van schadelijke gassen onverminderd doorgaat.
Bevolkingsdichtheid
De gevolgen van de opwarming van de aarde slaan daarmee het hardst neer op de zeer dichtbevolkte vlakte rond de Ganges en de Indusrivieren. Zo'n 1.5 miljard mensen, ongeveer 20 procent van de wereldbevolking, woont in dit deel van de aarde.
donderdag 3 augustus 2017
dinsdag 1 augustus 2017
WOORDEN
VUILMAKEN
Een vriendin uit Utrecht belde me vanmorgen. Ze had die nacht twee schoten gehoord. Tenminste dat dacht ze. Daarna had ze niet meer kunnen slapen. Ze raffelde allerlei lugubere scenario's af. "Als ik naar buiten was gegaan ..." "Maar je moet niet naar buiten gaan. Je blijft veilig in je huis, dan kan je niets gebeuren."
Op zo'n moment "maak je woorden vuil". Je praat over allerlei scenario's en mogelijkheden, waardoor je gedachten gesloten blijven voor positieve impulsen. We vullen onze gesprekken vaak met dit soort onderwerpen. De krant en de televisie doen er nog een schepje boven op. Allemaal "woorden vuil maken".
Een "vuil woord" is een aanslag op de ziel en versluiert de werkelijkheid. Het wordt ons zo voorgeschoteld, dat we leven in een wereld, waarin het noodlot direct toe kan slaan. Dit is je reinste flauwekul en een slechte richtlijn voor gedrag.
Natuurlijk, er gebeuren de meest afschuwelijke zaken en daar komt voorlopig nog geen einde aan. Onze samenleving staat bol van leugens, frustraties en onzekerheid; dat moet allemaal nog zijn weg vinden.
Waarmee we een begin kunnen maken is om in onze gesprekken geen woorden meer "vuil te maken". Laten we al die sensationele, confronterende en schokkende onderwerpen in onze omgang met elkaar mijden. Dan kunnen gesprekken een openend, verlichtend en helend karakter krijgen. Dit zal zijn uitwerking niet missen. Wie goed doet, ontmoet het goede.
HARLINGER
WANDELVERHALEN
Waarom
verhuizen naar Harns?
Maar
laat ik ons eerst even voorstellen. Mijn vrouw, onze twee honden en
ik wonen ruim 10 jaar in deze oude Friese havenplaats. Weggevlucht
als we waren uit de catacomben van Babylon; de stinkende, smerige en
bedreigende binnenstad van Utrecht. Wat een romantische plek moest
worden als start voor ons gezamenlijke leven, we zijn in 1999
getrouwd, verwerd tot een bestaan op een vluchtheuvel, te midden van
een, niet aflatende verkeersstroom. Drie hoog, terwijl onder ons
stadsbus na stadsbus met een jankend geluid langs gierden, en
kop-staart botsingen, ook tussen fietsers, aan de orde van de dag
waren In de spaarzame momenten van stilte, was het gevloek en
gescheld tussen de verkeersdeelnemers, duidelijk hoorbaar. Ter hoogte
van ons appartement remden de treinen af voor hun aankomst op
Utrecht, Centraal Station en was onze straat, genoemd naar de
Middeleeuwse grasvelden, waarop de was te drogen werd gelegd, de
favoriete route van ambulances en politie-automobielen. Met loeiende
sirene natuurlijk. En dan heb ik het nog niet over het fijnstof en de
veiligheid van vooral fietsers, wandelaars en natuurlijk, honden. De
oude bleekvelden zijn teruggebracht tot een stukje “postzegelnatuur”.
Een paar armetierige bomen, u zult zo begrijpen waarom en verder een
grasvlakte van 200 m2. Te gebruiken als kinderspeelplaats en als
hondentoilet. Voor onze trouwe viervoeters, belastingbetalers, bleef
zo'n 50 vierkante meter over. De bomen hebben geen schijn van kans.
Om dit veldje te bereiken, werden we gedwongen om van 2 stoplichten
gebruik te maken. Hemelsbreed betrof het ongeveer 30 meter! In
totaal moesten we vijf (5) verkeersbanen over om het poepveld te
kunnen bezoeken. Levensgevaarlijk, buschauffeurs en automobilisten
hebben uitsluitend oog voor elkaar. Maar wee, als je stiekem
oversteekt of het stoplicht negeert. Alsof ze er een neus en een oog
voor hebben, staat daar opeens de wijkagent. Je mag dan nog blij zijn
met een bestraffende preek. De schoolgaande jeugd uit de directe
omgeving terroriseerde de omgeving. Niet met kinderspelletjes, maar
het grotere werk: brandstichting, inbraken, vernielde fietsen en een
opgeblazen glazen entree van de flat. Ook zij kwamen er vanaf met een
preek van de wijkagent.
De
plaatselijk jeugd groeide op en zo groeiden de problemen. Mijn vrouw
durfde 's avonds niet meer over straat. Politie, ouders en alle
overige instanties waren niet in staat om de problemen aan te pakken.
Toen ze tenslotte mijn fiets in brand staken was de maat vol. Alleen
al voor de leefkwaliteit van onze honden, was het tijd om te
verkassen.
De
nieuwe koning
Op
mijn tweede trektocht in de Himalaya ontmoette ik een wat oudere
gids, die onze “track” begeleidde. Omdat we alle twee van een
gemoedelijk tempo hielden, liepen we in de loop van de dag
gezamenlijk achteraan. Hij was trots op de schoonheid van zijn land
en omdat ik, in zijn ogen, oprecht geïnteresseerd was in zijn land,
vertelde hij me onderweg verhalen over heilige bergen, wraakzuchtige
goden en verborgen valleien. Op een avond vroeg ik hem naar de
betekenis van de politieke graffiti op de huizen. Omstandig begon hij
me de tegenstellingen uit te leggen tussen etnische groepen, kasten
en westerse invloeden. Maar de belangrijkste oorzaak van de problemen
waar Nepal voor stond, was, naar zijn mening, de veranderde rol van
de koning. “Ik heb de oude koning nog gekend. Hij bezocht zijn hele
rijk … te voet! Er was geen dorp of tempel, die hij niet kon
bereiken. Door zijn reizen en zijn gesprekken met gewone mensen, was
hij in staat om eenheid te behouden. Nepal ligt ingeklemd tussen
China en India en verdeeldheid zou het kwetsbaar maken.” Hij legde
wat houtsplinters op het vuur. “Zijn zoon brak met die gewoonte.
Hij wenste als vorst rondgedragen te worden en omdat het vervoer met
een draagstoel erg veel organisatie vroeg en veel mankracht behoefde
om deze mobiele troon de bergen op en af te dragen, bezocht hij
vooral de steden in de Centrale Vallei. Het gevolg was, dat de koning
Kathmandu amper meer verliet en daarom geen voeling meer had met het
wel en wee van zijn onderdanen. In ieder geval veel minder dan zijn
geliefde vader.” Hij greep een talisman, die om zijn nek hing en
prevelde een tijdje voor zich uit. “En dan hebben we nu een nieuwe
koning. Deze gaat met de moderne tijd mee en legt al zijn bezoeken af
… per helikopter!” Zijn boodschap was mij duidelijk. Tijdens een
dynastiek koningschap, doen zich ontwikkelingen voor, die tot de
uiteindelijke ondergang zullen leiden. Oorzaak de totale vervreemding
van de “drie-dimen-sionale” wereld, die ons wel en wee bepaald.
Ik
bezocht Nepal in de tachtiger jaren. In de jaren daarna wer-den de
interne spanningen van de, omvangrijke, koninklijke fa-milie de
kroonprins te veel. “In een vlaag van verstandsver-bijstering”
maaide hij zijn ouders met een machinegeweer neer, doodde en
verwondde omstanders en kwam zelf om het leven.
Abonneren op:
Posts (Atom)




